Bezwaar en beroep tegen een besluit van de IND

Een afwijzing van de IND is geen eindpunt. Tegen vrijwel elk besluit over toelating en verblijf staat een rechtsgang open, maar die kent korte termijnen en afwijkingen van het gewone bestuursrecht die het verschil maken tussen een inhoudelijke behandeling en een niet-ontvankelijkverklaring. Deze pagina zet de route uiteen voor werkgevers, referenten en erkend referenten: welke stap wanneer aan de orde is, wat er intussen met de werknemer gebeurt en waar de risico’s zitten.

Drie instanties: bezwaar, beroep en hoger beroep

De rechtsbescherming tegen IND-besluiten verloopt in beginsel in drie stappen, elk met een eigen karakter.

  • Bezwaar bij de IND. Het bezwaar wordt behandeld door het bestuursorgaan dat het besluit nam. Het is geen rechterlijke toets maar een volledige heroverweging naar de feiten en het recht zoals die gelden op het moment van de beslissing op bezwaar. Nieuwe stukken, een gewijzigd arbeidscontract of een gecorrigeerde salarisopgave kunnen dus alsnog worden meegewogen.
  • Beroep bij de rechtbank. Pas na de beslissing op bezwaar komt de bestuursrechter in beeld (art. 8:1 Awb). Die herbeoordeelt de zaak niet integraal, maar toetst of het besluit op bezwaar zorgvuldig is voorbereid, deugdelijk is gemotiveerd en rechtens houdbaar is.
  • Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling is de hoogste algemene bestuursrechter en behandelt vreemdelingenzaken in een eigen Vreemdelingenkamer. Zij toetst de uitspraak van de rechtbank, niet het besluit zelf.

Niet elke zaak begint bij bezwaar. Het hoofdstuk over rechtsmiddelen in de Vreemdelingenwet 2000 onderscheidt reguliere zaken van asielzaken: voor reguliere besluiten is er een bezwaarfase, voor asielbesluiten staat direct beroep op de rechtbank open. Voor werkgevers en referenten is vrijwel altijd het reguliere spoor aan de orde: afwijzing of intrekking van een verblijfsvergunning, weigering van een machtiging tot voorlopig verblijf, besluiten over de erkenning als referent en bestuurlijke boetes.

De bezwaartermijn: vier weken, niet zes

De algemene bezwaar- en beroepstermijn is zes weken (art. 6:7 Awb); in vreemdelingenzaken geldt een kortere termijn van vier weken (art. 69 Vw 2000). Die vier weken gelden in reguliere zaken onverkort voor bezwaar, beroep én hoger beroep; alleen in bewarings- en grensprocedures is de termijn één week. Wie op de standaardtermijn afgaat, is te laat.

De termijn begint op de dag na bekendmaking van het besluit (art. 6:8 Awb). Bekendmaking is niet hetzelfde als kennisneming: de verzenddatum is bepalend, niet het moment waarop de werknemer of de HR-afdeling de brief las. Een bezwaarschrift is tijdig als het vóór het einde van de termijn is ontvangen; bij verzending per post volstaat tijdige terpostbezorging, mits het stuk niet meer dan een week na afloop van de termijn wordt ontvangen (art. 6:9 Awb).

Termijnoverschrijding en verschoonbaarheid

Een te laat ingediend bezwaarschrift wordt in beginsel niet-ontvankelijk verklaard; de IND komt dan niet aan de inhoud toe. De enige uitweg is art. 6:11 Awb: niet-ontvankelijkverklaring blijft achterwege als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Die maatstaf is streng. Kans van slagen hebben een onjuiste rechtsmiddelenclausule of een aantoonbare postbezorgingsfout; drukte, vakantie of het laat inschakelen van een gemachtigde vrijwel nooit.

Wordt het bezwaarschrift bij het verkeerde bestuursorgaan ingediend, dan moet dat orgaan het doorzenden en blijft het tijdstip van indiening daar bepalend (art. 6:15 Awb). Is de termijn definitief verstreken, dan resteert een nieuwe aanvraag: dat kost leges en tijd, maar is sneller dan een kansloos ontvankelijkheidsdebat.

Eisen aan het bezwaarschrift

Art. 6:5 Awb stelt de minimumeisen. Een bezwaarschrift bevat:

  • naam en adres van de indiener;
  • de dagtekening;
  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt — in de praktijk: datum en kenmerk van de beschikking, het V-nummer van de vreemdeling en, bij referenten, het referentnummer;
  • de gronden van het bezwaar;
  • een ondertekening.

Bij indiening door een gemachtigde is een schriftelijke machtiging vereist. Ontbreekt een element, dan moet de IND eerst een hersteltermijn bieden (art. 6:6 Awb). Daarop rust de praktijk van het pro forma bezwaarschrift: binnen vier weken een summier bezwaarschrift om de termijn veilig te stellen, met aanvulling van de gronden binnen de hersteltermijn. Een ongebruikte hersteltermijn leidt alsnog tot niet-ontvankelijkverklaring.

Snijd het bezwaar toe op de dragende motivering van de afwijzing: bij een niet gehaald salariscriterium met loonstroken en een berekening, bij twijfel aan de reële aard van de functie met een functiebeschrijving en organogram.

Schorsende werking en de voorlopige voorziening

Bezwaar en beroep schorsen de werking van een besluit niet (art. 6:16 Awb). Op dit punt verschillen de sporen principieel. In het asielspoor schorst het instellen van bezwaar of beroep de rechtsgevolgen in de regel van rechtswege (art. 82 Vw 2000), behoudens uitzonderingen zoals kennelijk ongegronde of niet-ontvankelijke aanvragen. In het reguliere spoor, waarover dit artikel gaat, is er geen automatische schorsende werking en moet een voorlopige voorziening op grond van art. 8:81 Awb worden gevraagd. Een uitspraak uit een asielprocedure kan daarom niet zonder meer als illustratie voor het reguliere spoor dienen. Voor de praktijk is de vraag concreter: mag de werknemer de procedure in Nederland afwachten, en mag hij intussen werken?

Het antwoord staat in de beschikking zelf: de IND vermeldt daarin of het bezwaar in Nederland mag worden afgewacht. Zo ja, dan kan de vreemdeling een verblijfsaantekening krijgen — een sticker in het paspoort als bewijs dat de procedure hier mag worden afgewacht. Rechtmatig verblijf hangende een procedure is geregeld in art. 8 Vw 2000. Staat in de beschikking dat het bezwaar niet hier mag worden afgewacht, dan is een voorlopige voorziening de aangewezen route.

Die voorziening berust op art. 8:81 Awb: de voorzieningenrechter kan hangende bezwaar of beroep een ordemaatregel treffen, doorgaans een verbod op uitzetting totdat op het bezwaar is beslist. Vereist zijn een connex bezwaar- of beroepschrift en spoedeisend belang. Een wettelijke indieningstermijn ontbreekt, maar de IND wijst erop dat een verzoek binnen 24 uur na ontvangst van de beschikking kan worden gedaan. Dien het daarom gelijktijdig met het bezwaarschrift in.

Belangrijk voor de werkgever: blijven is niet hetzelfde als werken. Of arbeid is toegestaan blijkt uit de aantekening op het verblijfsdocument of de sticker; zonder die toestemming loopt de werkgever een boeterisico op grond van de Wet arbeid vreemdelingen. Bij kennismigranten blijft de aantekening arbeid is toegestaan als kennismigrant bij werkgever X gelden zolang de aanvraag tijdig vóór het verstrijken van de vergunning is ingediend; doorwerken bij diezelfde werkgever is dan toegestaan.

De hoorzitting in bezwaar

De hoofdregel is dat belanghebbenden in de bezwaarfase worden gehoord (art. 7:2 Awb). De hoorzitting bij de IND is een ambtelijke, niet-openbare zitting. Voor werkgevers is dit vaak het enige moment waarop de bedrijfscontext — functie, arbeidsmarktpositie, beloningsstructuur — rechtstreeks kan worden toegelicht.

Van horen mag worden afgezien in de gevallen van art. 7:3 Awb: kennelijke niet-ontvankelijkheid, kennelijke ongegrondheid, afstand van het recht te worden gehoord, of volledige tegemoetkoming aan het bezwaar. Vooral kennelijk ongegrond is van belang. Die drempel is hoog: zij is pas gehaald als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over kan bestaan dat het bezwaar niet tot een ander besluit kan leiden (ABRvS ECLI:NL:RVS:2019:2308 en ECLI:NL:RVS:2017:3006). Ten onrechte afzien van horen is een zelfstandig zorgvuldigheidsgebrek dat in beroep tot vernietiging kan leiden. Verzoek daarom uitdrukkelijk om te worden gehoord en onderbouw dat met de feiten die toelichting behoeven.

Beslistermijn, ingebrekestelling en dwangsom

Op een bezwaarschrift moet worden beslist binnen de termijn van art. 7:10 Awb: zes weken na afloop van de bezwaartermijn, of twaalf weken als een commissie adviseert, met mogelijkheid van verdaging en van opschorting zolang een verzuim moet worden hersteld of de indiener met uitstel instemt.

Bij overschrijding is de eerste stap een schriftelijke ingebrekestelling, waarna de IND nog twee weken heeft. Hier geldt een bijzonderheid: de dwangsomregeling kent in vreemdelingenzaken een eigen regime. De bestuurlijke dwangsom bij niet tijdig beslissen (art. 4:17 Awb) is in vreemdelingenzaken afgeschaft door de Wet afschaffing dwangsomregeling bij niet-tijdig beslissen in vreemdelingenzaken (Stb. 2020, 246), in werking getreden op 11 juli 2020; een automatische dwangsom volgt dus niet meer. De rechterlijke dwangsom bleef bestaan.

De ingebrekestelling behoudt haar betekenis als toegangskaartje tot de rechter: zonder ingebrekestelling is beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk (art. 6:12 Awb). De rechtbank behandelt zo’n beroep versneld en kan de IND opdragen alsnog binnen een termijn te beslissen, zo nodig onder oplegging van een dwangsom (art. 8:55b Awb en art. 8:55d Awb). Voor die rechterlijke dwangsom kent het vreemdelingenrecht geen afwijkend regime of maximum: art. 8:55d Awb geldt onverkort en de rechter behoudt de discretie die het bestuursprocesrecht hem geeft.

Dat dit geen theorie is: over 2024 betaalde de IND 36,8 miljoen euro aan dwangsommen bij bijna 30.000 ingebrekestellingen. Het gaat daarbij uitsluitend om rechterlijke dwangsommen die de bestuursrechter op grond van art. 8:55d Awb heeft opgelegd; bestuurlijke dwangsommen wegens niet tijdig beslissen bestaan in vreemdelingenzaken sinds 11 juli 2020 niet meer.

StapTermijnGrondslag
Bezwaar bij de IND4 weken na bekendmaking van het besluitart. 69 Vw 2000, afwijkend van art. 6:7 Awb
Aanvullen van pro forma grondendoor de IND te stellen hersteltermijnart. 6:6 Awb
Beslissing op bezwaar6 weken, of 12 weken bij advisering door een commissie, met verdagingart. 7:10 Awb
Ingebrekestellingdaarna nog 2 weken om alsnog te beslissenart. 6:12 Awb
Voorlopige voorzieninggeen wettelijke termijn; feitelijk directart. 8:81 Awb
Beroep bij de rechtbank4 weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaarart. 69 Vw 2000
Hoger beroep bij de Afdeling4 weken na verzending van de uitspraakart. 69 Vw 2000

Beroep bij de rechtbank

Blijft de afwijzing in bezwaar in stand, dan staat binnen vier weken beroep open. Vreemdelingenzaken zijn bij uitsluiting geconcentreerd bij de rechtbank Den Haag (art. 71 Vw 2000), die zitting houdt in nevenzittingsplaatsen door het hele land (art. 72 Vw 2000, in samenhang met de Wet op de rechterlijke organisatie): de zitting is doorgaans in de buurt van de woonplaats, maar de bevoegde rechtbank blijft Den Haag.

Voor het beroep is griffierecht verschuldigd (art. 8:41 Awb); niet tijdige betaling leidt tot niet-ontvankelijkverklaring. De IND dient een verweerschrift en de dossierstukken in. Kennelijk ongegronde of niet-ontvankelijke beroepen kunnen zonder zitting worden afgedaan (art. 8:54 Awb). Slaagt het beroep, dan vernietigt de rechtbank het besluit op bezwaar en kan zij de IND opdragen opnieuw te beslissen, zelf in de zaak voorzien of een bestuurlijke lus toepassen (art. 8:51a Awb). Vernietiging betekent dus niet dat de vergunning is verleend.

Hoger beroep en het grievenstelsel

Tegen de uitspraak van de rechtbank staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Dat kent een grievenstelsel: het hogerberoepschrift moet een of meer grieven bevatten, dat wil zeggen concrete, gemotiveerde bezwaren tegen bepaalde overwegingen van de uitspraak (art. 85 Vw 2000). Een herhaald beroepschrift of een algemene klacht dat de rechtbank het mis had, is geen grief en leidt tot niet-ontvankelijkheid. De Afdeling toetst uitsluitend binnen de omvang van de grieven.

Daarnaast kent de Afdeling een verkorte afdoening: leiden de grieven niet tot vernietiging en werpt de zaak geen vragen op die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin moeten worden beantwoord, dan kan zij zich in de motivering tot dat oordeel beperken (art. 91 Vw 2000). Hoger beroep is daarom vooral zinvol als de zaak een rechtsvraag van bredere strekking bevat of als een dragende overweging van de rechtbank aanwijsbaar onjuist is.

Proceskostenvergoeding

In de bezwaarfase bestaat alleen aanspraak op kostenvergoeding als het besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid, én als daarom is verzocht vóórdat op het bezwaar is beslist (art. 7:15 Awb). Wie het verzoek pas in beroep doet, is te laat: neem het standaard op in het bezwaarschrift.

In beroep en hoger beroep kan de rechter een proceskostenveroordeling uitspreken (art. 8:75 Awb). De vergoeding is forfaitair — berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht op basis van punten per proceshandeling en een wegingsfactor — en dekt zelden de werkelijke kosten van rechtsbijstand. Bij een gegrond beroep vergoedt de IND daarnaast het griffierecht. De kosten-batenafweging van een werkgever moet dus niet op de proceskosten rusten, maar op het bedrijfsbelang bij de betrokken werknemer.

De bijzondere positie van de referent en de erkend referent

Een werkgever is in vreemdelingenrechtelijke zin referent. De bepalingen daarover staan in art. 2a tot en met art. 2h Vw 2000; de bevoegdheid om een aanvraag tot erkenning in te willigen, af te wijzen of niet in behandeling te nemen berust op art. 2c Vw 2000. Erkenning brengt de informatie-, administratie- en zorgplicht mee (art. 2a Vw 2000, uitgewerkt in het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen).

Voor de erkend referent zijn twee besluiten bijzonder ingrijpend:

  • De bestuurlijke boete wegens overtreding van de aan de erkenning verbonden verplichtingen (art. 55a Vw 2000). Een boete is een punitieve sanctie: de IND draagt de bewijslast, er geldt een zwijgrecht en de hoogte moet evenredig zijn aan ernst, verwijtbaarheid en draagkracht. Die evenredigheid is in bezwaar vaak het kansrijkste aanknopingspunt, zeker bij een eerste administratieve overtreding zonder benadeling van de werknemer.
  • Schorsing of intrekking van de erkenning. De zwaarste maatregel: zij raakt niet alleen toekomstige aanvragen, maar destabiliseert de positie van iedere werknemer die op die erkenning in Nederland verblijft. Omdat de intrekking werking heeft zolang de bezwaarprocedure loopt, is een voorlopige voorziening vrijwel altijd te overwegen.

Let bij deze besluiten op de toepasselijke termijn: voor boetebesluiten op grond van art. 55a Vw 2000 en voor besluiten over de erkenning als referent geldt niet de vierwekentermijn van art. 69 Vw 2000, maar de gewone bezwaartermijn van zes weken van art. 6:7 Awb. Ga bij twijfel over de kwalificatie van het besluit uit van de kortste termijn.

Wat de werkgever intussen doet met de werknemer

  • Lees de beschikking op verblijfsrecht, niet alleen op uitkomst. Daarin staat of het bezwaar hier mag worden afgewacht en welke aantekening geldt.
  • Stop de werkzaamheden zodra de arbeidsmarktaantekening dat vergt. Doorwerken zonder toestemming levert een zelfstandig boeterisico op grond van de Wet arbeid vreemdelingen op, los van de uitkomst van het bezwaar.
  • Regel het arbeidsrechtelijke spoor apart. Verlies van een verblijfsvergunning beëindigt de arbeidsovereenkomst niet van rechtswege; loondoorbetaling, non-actiefstelling en beëindiging vragen een eigen beoordeling.
  • Bewaak de termijnen. Zet bekendmakingsdatum, bezwaartermijn en hersteltermijn in de agenda van een aanwijsbare verantwoordelijke.
  • Overweeg een parallelle nieuwe aanvraag. Bij een herstelbaar gebrek — een document, een salarisniveau, een contractduur — is een nieuwe, complete aanvraag vaak sneller dan bezwaar. Beide sporen kunnen naast elkaar lopen.
  • Documenteer de compliance. In boete- en intrekkingszaken bepaalt de eigen administratie de bewijspositie: meldingen, dossiers, functiebeschrijvingen en loonadministratie.

Hoeveel tijd hebben wij om bezwaar te maken tegen een afwijzing van de IND?

In vreemdelingenzaken vier weken, gerekend vanaf de dag na bekendmaking van het besluit (art. 69 Vw 2000). Dat is korter dan de gebruikelijke zes weken van art. 6:7 Awb, en die vergissing is de meest voorkomende oorzaak van niet-ontvankelijkheid. Is de inhoudelijke onderbouwing nog niet rond, dien dan binnen de termijn een pro forma bezwaarschrift in en vul de gronden aan binnen de hersteltermijn die de IND stelt.

Mag onze werknemer tijdens het bezwaar in Nederland blijven en doorwerken?

In de beschikking staat of het bezwaar in Nederland mag worden afgewacht. Zo ja, dan kan de IND een verblijfsaantekening in het paspoort plaatsen. Blijven is echter niet hetzelfde als werken: of arbeid is toegestaan blijkt uit de arbeidsmarktaantekening. Ontbreekt die toestemming, dan loopt de werkgever een boeterisico op grond van de Wet arbeid vreemdelingen. Mag het bezwaar niet hier worden afgewacht, dan is een voorlopige voorziening nodig.

De IND beslist niet op ons bezwaar. Kunnen wij een dwangsom claimen?

Een automatische bestuurlijke dwangsom is er niet meer: die is per 11 juli 2020 afgeschaft voor zowel asiel- als reguliere vreemdelingenzaken (Stb. 2020, 246). De ingebrekestelling blijft wel nodig, want zonder ingebrekestelling is beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk (art. 6:12 Awb). De rechtbank kan de IND vervolgens opdragen binnen een termijn te beslissen en daaraan een dwangsom verbinden (art. 8:55d Awb).

Krijgen wij onze advocaatkosten vergoed als het bezwaar slaagt?

Slechts gedeeltelijk en onder voorwaarden. In bezwaar bestaat alleen aanspraak als het besluit wordt herroepen wegens een aan de IND te wijten onrechtmatigheid, en alleen als daarom is verzocht vóór de beslissing op bezwaar (art. 7:15 Awb). In beroep kan de rechter een proceskostenveroordeling uitspreken (art. 8:75 Awb). De vergoeding is forfaitair volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht en dekt de werkelijke kosten doorgaans niet.

Is bezwaar altijd verstandiger dan een nieuwe aanvraag?

Nee. Berust de afwijzing op een herstelbaar gebrek, zoals een ontbrekend gelegaliseerd document of een salaris dat inmiddels is aangepast, dan is een nieuwe, complete aanvraag vaak sneller en voorspelbaarder. Bezwaar is de aangewezen route als de IND een voorwaarde, een uitzondering of de feiten verkeerd heeft uitgelegd, of als het besluit ondeugdelijk is gemotiveerd. Beide sporen kunnen naast elkaar worden gevolgd.

Wij zijn erkend referent en hebben een boete of een intrekkingsbesluit ontvangen. Wat is de eerste stap?

Beoordeel binnen enkele dagen twee dingen: de termijn en de werking. Een boete op grond van art. 55a Vw 2000 is een punitieve sanctie, waarbij evenredigheid en bewijslast de belangrijkste aanknopingspunten zijn. Bij schorsing of intrekking van de erkenning telt vooral de werking: zonder voorlopige voorziening raakt het besluit direct alle werknemers die op die erkenning verblijven. Verzamel tegelijk de meldingen en dossiers uit uw administratie.

Need Legal Assistance?

Contact Law & More for expert guidance on your legal matters. Our multilingual team is ready to help.

Related articles

Introduction An expat lawyer in the Netherlands is a specialized legal professional who helps international

In the global war for talent, the Dutch Recognised Sponsor status has become a key

Need a Netherlands visa? The shortest route looks like this: pick the right visa type,

Would you like a highly educated foreign employee to come to the Netherlands to work

Extending your Dutch residence permit requires careful planning and organization. Start the process early, ideally

Last updated: 9 August 2026. If you are a non-EU national living in or moving

Stay Updated on Dutch Law

Subscribe to our newsletter for the latest legal insights, regulatory updates, and practical advice.